volgende       volgende
1740

Muziekuitvoering in het huis van Francesco Lopes de Liz

Joden waren dol op vermaak. We treffen hen vaak in koffiehuizen, speelhuizen en bordelen. Onder Portugezen had theater de voorkeur. En dat is niet zo vreemd gezien hun achtergrond, want in de Spaanse Gouden Eeuw vierde het theater hoogtij. Aanvankelijk werd de synagoge als theater gebruikt: bijvoorbeeld om er in 1624 de Dialogo dos Montes van Rehuel Jessurun te spelen. Aan dergelijke praktijken werd in 1632 door de leiders van de Portugese gemeenschap een eind gemaakt. Het strookte niet met hun gevoel van decorum en bom Judesmo (beschaafd, verfijnd jodendom). Synagogen konden niet langer als theater dienen. Vaak werden daarom huizen van particulieren opengesteld voor theatervoorstellingen en daartoe werd dan een groot (Portugees) publiek uitgenodigd. Later in de zeventiende eeuw werden pakhuizen tot theaters omgetoverd. Behalve Spaanse stukken werd soms ook uit het Franse repertoire geput, maar dan in Spaanse vertaling. Ondanks een officieel verzoek aan het stadsbestuur was het hen niet toegestaan stukken te spelen in de Amsterdamse schouwburg. D

De voorkeur voor theater onder Portugezen wordt ook tastbaar in boedelinventarissen, waar in enkele gevallen lades vol Spaanse komedies zijn teruggevonden. Bovendien waren er tal van schrijvers binnen de Portugese gemeenschap die in Amsterdam theaterstukken schreven, zoals Daniel Levi de Barrios. Toch is het niet zeker of zijn stukken of die van anderen ook werkelijk in Amsterdam zijn uitgevoerd. Behalve theater was er onder Portugezen ook liefde voor de muziek. Menig klavecimbel is in het Portugees interieur te vinden. Muziekavonden werden vaak onderdeel van het sociale leven. Aan huis trad veelal een muziek- of operagezelschap op of werden muzieksolisten uitgenodigd, zoals in het huis van Francesco Lopes de Liz in Den Haag.

Gemaskerd Bal By Gelegenheid van het Joodsche Purim-feest, 1780 P. Wagenaar en Philips Jan Caspar.

Dat was onder de Hoogduits-Joodse elite niet minder het geval. Ook zij waren grote liefhebbers van het theater, maar dan van het Jiddische theater en de Amsterdamse schouwburg. Vooral rond Poerim kwamen veel humoristische producties van de grond, de zogenaamde poeriem sjpieln. Eén van de auteurs, Sjloume Duikelaar, is doorgedrongen tot het Nederlandse taaleigen: als slome duikelaar leeft hij opmerkelijk genoeg voort als een sloom en niet al te snugger persoon. Van amusement kwam het niet alleen rond Poerim, maar ook in de rest van het jaar. De jonge Joodse generatie bezocht in de achttiende eeuw behalve het theater ook danszalen, zelfs op sjabbat en de Joodse feestdagen. In 1784 kwam ook een Joodse opera- en een toneelschool van de grond, opgericht door Jacob Dessauer. Vrouwen maakten toen zelfs deel uit van het tableau de la troupe. Het repertoire bestond uit Jiddische versies van populaire Franse, Italiaanse en Duitse opera’s. Kortom, aan vertier ontbrak de Joden niet in de Republiek. Iedere groep gaf vanuit zijn eigen cultuur kleur aan het leven in de vroegmoderne tijd.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’