volgende       volgende
1945

Johannes Vermeerstraat (1945-circa 1995)

‘Niet alleen zit de hele Joodse gemeenschap er in kaartenbakken, zij staat ook genoteerd in het hoofd van de mensen die op deze kantoren hun brood verdienen. De gemeenschap is zo klein, dat ieder lid ervan wel direct of via kennissen bekend is aan een van de zestig kantooremployees in de straat.’ Zo merkte in 1958 de later bekende journalist Max Snijders op over de Amsterdamse Johannes Vermeerstraat. Hij had geen woord teveel gezegd: in deze straat in Amsterdam-Zuid waren veel Joodse instellingen gevestigd en kwamen ook veel Joodse jeugdbewegingen bij elkaar.

Het begon met nummer 18 en daarna breidde de aanwezigheid van Joodse organisaties in de Vermeerstraat zich snel uit. In 1945 werd er de Contact-Commissie der Joodse Coördinatie-Commissies gevestigd, die de wederopbouw van Joods Nederland coördineerde. Ook werd hulp verleend bij rechtsherstel, het vinden van familieleden en pogingen tot emigratie. De sociale afdeling, die later zelfstandig werd als Joods Maatschappelijk Werk, bleef in het pand gevestigd. Nummer 22 moest, zo werd bij de opening in 1947 gezegd, ‘bij gebrek aan beter vast een klein stukje Erets [Israël] zijn’. Het was een voorportaal van de Joodse staat (in opbouw) voor iedereen die nog niet kon emigreren. Het fungeerde als het centrale gebouw van de Nederlandse Zionistenbond, het Joods Nationaal Fonds, de Collectieve Israël Actie en de Hachsjara & Alija.

Bij het uitroepen van de Staat Israël in 1948 gingen in de Vermeerstraat bij de Joodse instellingen de vlaggen uit. Daarbij werd niet alleen de nieuwe vlag van Israël, maar ook die van Nederland uitgestoken.

Op nummer 24 kwam een ‘Beth Am’, een ‘volkshuis’, bedoeld om alle Amsterdamse Joden een thuis te bieden. Alle verenigingen en organisaties konden er hun activiteiten organiseren. Zo hield de Nederlandse Zionistische Studenten Organisatie er cursussen Joodse geschiedenis en vergaderingen, terwijl de socialistische Poale Zionbeweging er een 1 mei-viering organiseerde. Het Israëlische volkslied Hatikwa en de socialistische Internationale werden er beide even luidkeels gezongen.

Nog een pand verder, nummer 26, huisvestte het consulaat van de Staat Israël. Daar konden Nederlandse Joden praktische zaken regelen zoals het zenden van geld naar familie in Israël of het aanknopen van handelscontacten met Israëlische bedrijven, maar zich ook voorbereiden op emigratie. Een speciale afdeling, het Tarboetressort, organiseerde in het pand, maar ook elders in het land, Hebreeuwse lessen. In tijden van crisis en oorlog in Israël, bruiste de Vermeerstraat van activiteiten. Vrijwilligers kwamen zich aanmelden om in Israël te werken, er werd bloed gedoneerd en grote demonstraties eindigden steevast in de Vermeerstraat. Tot in de jaren 1990 was de Vermeerstraat onbetwist één van de centrale locaties van Joods Nederland. De meeste organisaties verplaatsten sindsdien hun zetel naar andere panden.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’