volgende       volgende
1974

CIDI

In de nasleep van de Jom Kippoeroorlog in oktober 1973 tussen enerzijds Egypte en Syrië en anderzijds Israël, werden de fundamenten gelegd voor wat in 1974 het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) werd. Dit instituut moest de Haagse politiek en het Nederlandse publiek voorzien van de meest recente en adequate ‘informatie en documentatie’ over met name het Arabisch-Israëlisch conflict. De angst bestond dat de Nederlandse regering, die in 1973 de zijde van Israël had gekozen en daarom door een olieboycot was gestraft, door de knieën zou gaan. Het CIDI wilde Nederland ferm aan de pro-Israëlische zijde houden.

Ook andere initiatieven kwamen rond diezelfde periode op. Had tot die tijd de Nederlandse Zionistenbond het patent gehad op het thema ‘Israël’ in de Nederlandse media, dat veranderde nu. Kritische zionistische jongeren klaagden over de NZB, waar iedereen over Israël zou praten zonder er zelfs ooit naartoe te gaan. Zij vonden bovendien dat het in het belang van Israël was om tot een goede oplossing met de Palestijnen te komen. Ook de nieuw opgerichte Werkgroep Israël stond een tweestatenoplossing voor en wilde door middel van acties en lessen op middelbare scholen Israëls positie uitleggen. Aan de andere zijde van het politieke spectrum troffen ze het Nederlands Palestina Komitee, dat er juist voor koos om de Palestijnse beweging rond de PLO te ondersteunen.

De door CIDI georganiseerde uitslagenavonden rond Israëlische verkiezingen veroverden een vaste plaats in de agenda van menig politicus en Nederlandse Jood. Hier een impressie van het debat in 1992, met bezoekers rechts pratend voor een uitslagenbord. Te zien is onder meer de liberale rabbijn David Lilienthal.

Het CIDI werd geleid door directeur Bob Levisson, die al snel uitgroeide tot een gezaghebbende stem over Israël en Midden- Oosten. Een onderzoek naar het ondertekenen van niet-Joodverklaringen door medewerkers van Nederlandse multinationals ten bate van economische relaties met Arabische zakenpartners, zorgde voor een doorbraak. Het leidde tot een parlementaire enquête en een strikt beleid hiertegen. Degene die dit onderzoek had opgezet was de eerdere voorman van de Werkgroep Israël: Ronny Naftaniël. Hij werd eerst medewerker van Levisson en nam vervolgens het stokje over. Naftaniël beschikte over een breed netwerk in de Haagse politiek en de Hilversumse media en werd een veelgevraagd commentator en analist.

Vanaf het begin van de jaren 1990 werd ook het thema ‘antisemitisme’ door het CIDI opgepakt. Een jaarlijkse monitor ging antisemitische incidenten noteren, tegen vergaande uitingen werden rechtszaken aangespannen en er werd sterk ingezet op onderwijs. Dat het CIDI niet alle Nederlandse Joden vertegenwoordigde, werd voor het brede publiek duidelijk toen in 2001 Een Ander Joods Geluid werd opgericht. Dat wilde een duidelijk ander geluid dan het CIDI brengen en vroeg nadrukkelijk aandacht voor de Palestijnse zaak en uitte zich vaak kritisch over de Israëlische politiek. In de media laten beide organisaties de interne diversiteit van Joods Nederland zien.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’