volgende       volgende
1845

Dijksynagoge Sliedrecht

De negentiende eeuw is voor Nederlandse Joden de eeuw van het platteland. Omdat de economie in de grote steden stagneerde en er grote werkloosheid was, verlieten veel Joden Amsterdam. Op zoek naar een nieuw leven ging een deel naar de koloniën, Engeland en de Verenigde Staten. Anderen probeerden in Nederland werk te vinden. Door het hele land vestigen zich kleine groepjes Joden in stadjes en dorpen. Met vaak wisselende beroepen proberen ze daar een plaats te veroveren.

Steevast begonnen de pioniers met de basisvoorzieningen voor een Joods leven. Bij de start was vrijwel altijd minimaal één kosjere slachter annex slager betrokken. Pas als er kosjer gegeten kon worden, was er de mogelijkheid voor een gemeenschap om te groeien. Bij één van de families thuis werd dan een kamer ingericht als synagogelokaal, en zodra er tien mannen – een minjan – aanwezig waren, werd een aanvraag ingediend om erkend te worden als officiële Nederlands-Israëlitische Gemeente. Dan kwam er toezicht van de opperrabbijn én een beetje financiële ondersteuning.

Toen in 1984 de Sliedrechtse dijksynagoge – enig in zijn soort – werd gefotografeerd, lag het er vervallen bij. Sindsdien is het gebouw, zoals talloze plattelandssynagogen, opgeknapt en toegankelijk voor publiek.

Als de groei aanhield, kwam er een echte synagoge. Tot in de kleinste plaatsjes verrezen eenvoudige bakstenen sjoeltjes, net genoeg om de lokale Joden een gebedsruimte te bieden. Illustratief is de synagoge in het dijkdorp Sliedrecht. Bescheiden begonnen aan het einde van de achttiende eeuw, groeide de kleine Joodse gemeenschap langzaam tot een vast onderdeel van de sterk Protestantse Alblasserwaard. Het aantal Joodse families in de omgeving was bescheiden en door onderlinge huwelijken sterk met elkaar verweven. Zo was dat in vrijwel heel Nederland en gaandeweg ontstonden herkenbare regionale Joodse identiteiten. Met de nodige steun van de overheid en de lokale bevolking was het in 1845 zover: de synagoge, ingebouwd aan de binnenzijde van de Rivierdijk, werd feestelijk geopend. De circa vijftig Joden uit Sliedrecht, Hardinxveld en Giessendam luisterden naar een toespraak van de Dordtse godsdienstonderwijzer Levi Godschalk Wanefried. Een eigen onderwijzer was er nog niet, die kwam pas later. Lang hielden die het overigens niet in het dijkdorp uit: de bezoldiging was wel erg bescheiden.

Toen de stedelijke economie in de tweede helft van de negentiende eeuw door de Industriële Revolutie weer sterk aantrok, begonnen Joden geleidelijk weer naar de steden te trekken. Aan het einde van de eeuw werd menige synagoge alweer gesloten en die ontwikkeling zette zich in het begin van de twintigste eeuw voort. Slechts in enkele plattelandsgemeentes bleef een krachtig Joods leven bestaan.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’