volgende       volgende
1928

Ben Bril op Olympische Spelen

‘Als je mijn zoon was, dan stuurde ik je met een bord pap naar bed’, zo zei de arts die de jonge Ben Bril (1912-2003) inspecteerde vlak voor diens eerste bokswedstrijd. De magere benen onder de korte broek voorspelden weinig goeds. Na de wedstrijd kon de arts echter niets anders doen dan zijn ongelijk toegeven. De beginneling had direct zijn eerste partij gewonnen.

Dat was het begin van een ware triomftocht van een jonge bokser uit de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Van een straatvechtertje ontwikkelde Bril zich tot de meest toonaangevende bokser van Nederland. Op vijftienjarige leeftijd had hij al zijn eerste nationale titel op zak en een jaar later maakte hij zijn Olympische debuut. Achtmaal werd hij Nederlands kampioen, terwijl hij in 1936 wereldkampioen weltergewicht was. Olympische medailles haalde hij niet: in 1932 vaardigde de Boksbond hem niet af vanwege een antisemitisch bestuurslid, in 1936 weigerde hij zelf naar de Spelen in Berlijn te gaan uit protest tegen de Jodenvervolging in nazi- Duitsland. Een gouden medaille behaalde Bril wel op de Maccabiade van 1935, de Joodse Olympische Spelen waar Joodse sporters uit de hele wereld tegen elkaar strijden.

Portret van Ben Bril als kampioen van Nederland in 1939.

Traditioneel was er de nodige reserve in Joodse kring tegen sport. De rabbijnen vonden het bitoel Tora, zonde van de tijd, die besteed zou moeten worden aan Torastudie. Vanaf het begin van de twintigste eeuw werd sport echter razend populair in Joodse kring. Dat werd vooral door de zionisten sterk gestimuleerd. Het paste bij hun visie om een nieuwe sportieve Joodse generatie te kweken, geen bleke studieneusjes maar sterke, krachtige jongeren die een eigen land zouden kunnen opbouwen. Ook in Nederland hadden veel Joodse sportclubs een zionistische achtergrond. Eens per jaar werd een landelijke Joodse Sportdag gehouden, waarbij verschillende clubs het tegen elkaar opnamen. Als koepel voor de Joodse sportverenigingen kwam Maccabi op, die ook de Nederlandse afvaardiging regelde naar de internationale Maccabiade. Ben Bril laat zien dat Joodse sporters regelmatig op twee niveaus actief waren: ze deden volop mee in de reguliere competities en bij algemene verenigingen, maar konden daarnaast ook aan het Joodse sportleven meedoen. Het was een patroon dat zich ook na de Tweede Wereldoorlog voortzette: nog altijd fungeert Maccabi als Joodse sportkoepel, terwijl Joodse sporters net zozeer in het Nederlandse shirt successen vieren.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’