volgende       volgende
1749

Mishenet Zequenim

De fraaie gevelsteen op het pand Nieuw Herengracht nummer 33 is nog steeds te bewonderen en vertelt: hier was sinds 1794 Mishenet Zequenim gehuisvest, het Oudemannenhuis van de Portugees-Joodse gemeente, opgericht in 1749. Het pand had een eigen synagoge en in de tuinkamer een permanente soeka (loofhut).

Vooral in de achttiende eeuw worden instellingen van Joodse liefdadigheid fysiek zichtbaar. Maar ze bestonden al veel eerder. De Joodse gemeenten hebben vanaf hun oprichting het klassieke model van de Joodse kehilla toegepast op de organisatie van de sociale structuur. Bovendien werd die structuur verder ontwikkeld door de modernste ideeën over armenzorg van die tijd en door aansprekende voorbeelden in hun directe omgeving zoals bijvoorbeeld een Werk- of Verbeterhuis. Portugezen hebben bovendien vele vormen van liefdadigheid geheel of gedeeltelijk gekopieerd naar Iberisch patroon, zoals de bruidsschatsorganisatie Dotar of het jongensweeshuis Aby Jetomim.

Voorgevel en detail van het voormalig Portugees-Joods Oudemannenhuis Mishenet Zequenim, Nieuwe Herengracht 33 in Amsterdam.

Net als bij de Christenen kwamen zowel via de publieke sector als via particulier initiatief allerlei liefdadige organisaties van de grond die konden zorgen voor de leden en hen konden verzekeren in tijden van nood. Die verzekering kwam geheel op eigen schouders neer. Door de status als ‘Joodse Natie’ was dat een taak die was voorbehouden aan de eigen gemeenschap. Bij de vestiging van Joden was in sommige delen van de Republiek de uitdrukkelijk conditie opgenomen dat zij zelf voor hun armen moesten zorgen. Een reden te meer om over eigen Joodse instellingen te beschikken, die zich konden bekommeren om armen, ouden-van-dagen, om zieken en stervenden en over organisaties te beschikken die de zorg rond dood en begraven op zich konden nemen, die zich het lot van weduwen en wezen ter harte namen of dat van vrouwen in het kraambed.

Met een bruidsschat werden huwbare meisjes in arme staat geholpen. Niet alleen kleding werd aan armen of behoeftigen uitgedeeld, maar ook eten, beddengoed of brandstof. Interessant is het verschil in initiatief van vrouwen onder Portugese en Hoogduitse Joden. Portugese vrouwen lieten inrichting, bestuur en financieel beheer van diverse instellingen over aan hun mannelijke collega’s, terwijl Hoogduits-Joodse vrouwen vaak zelf de organisatie van een charitatieve instelling in handen namen. Anderzijds zien we veel welgestelde Portugese vrouwen overgaan tot oprichting van filantropische stichtingen onder eigen naam.

In ieder geval toonde de Joodse gemeenschap in de Republiek – Sefardisch en Asjkenazisch – met een sterk ontwikkelde publieke en particuliere zorgsector in grote lijnen trouw te blijven aan het Joodse principe van wederzijdse verantwoordelijkheid.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’