volgende       volgende
1700

Achttiende eeuw: eeuw van expansie en stabiliteit

De achttiende eeuw laat een verdere stabilisering van Joods leven zien, niet alleen in Amsterdam maar ook elders in de Republiek. Expansie vertoonde zich op veel terreinen: demografisch, geografisch, economisch en intellectueel. Amsterdam was inmiddels uitgegroeid tot de grootste Joodse stad in Europa en werd internationaal beschouwd als een fenomeen van tolerantie, liefdadigheid en economisch succes. De Joodse boekindustrie had zich op wereldschaal een leidende positie verworven. De Portugese gemeente leverde rabbijnen en chazzaniem voor de Sefardische diaspora. Ondertussen namen veel Joden het soms minder nauw met de strenge rabbinale traditie en de Joodse ethiek.

Ook in de vele steden en dorpen van de Republiek kwam Joods leven tot bloei en werd het een onlosmakelijk en gewaardeerd deel van de stedelijke en plattelandscultuur. Joden en Christenen raakten steeds beter bevriend, terwijl Joden ook veelvuldig contact onderhielden met de autoriteiten op stedelijk, gewestelijk en nationaal niveau en een goede verstandhouding hadden met het stadhouderlijk hof en het Huis van Oranje. Daartegenover was er onder Christenen ook sprake van vooroordelen en angst voor economische concurrentie, speciaal voor ‘vreemde Joden’, die juist weer vaak geweerd en afgewezen werden. Nieuwe Joodse immigranten, vooral vanuit de Duitse gebieden, Polen en Centraal Europa, zorgden voor een demografische groei van ongekende aard: Asjkenaziem zouden Sefardiem in aantal voorgoed voorbijstreven. Ook economisch ging het de Asjkenaziem meer voor de wind dan de Sefardiem: ‘zij gaan op en wij onder’ registreerde een Portugees in de tweede helft van de achttiende eeuw. Ondanks de expansie vormden economische beperkingen een steeds groter obstakel voor het welzijn van veel Joden, die vaak en steeds meer in grote armoede leefden. Toch daagde er licht aan de horizon en werd de stem van de Joden gehoord. Joden raakten in de tweede helft van de achttiende eeuw vaker politiek geëngageerd en waren ontvankelijk voor de Verlichtingsidealen, die vooral in het Europa van de achttiende eeuw veel aandacht kregen. In diverse geschriften, zoals in de Reflexoëns Politicas van Isaac de Pinto of in De Koopman van ‘Mordechai van Aron de…’ pleitten Joden steeds duidelijker voor gelijkberechtiging en opheffing van beperkingen, die Joden waren opgelegd.

Joden die hun kammen en brillen rondventen J. Le Francq van Berkhey, Natuurlyke Historie van Holland, vierde deel. Amsterdam MDCCLXXIX; Verklaaring van Plaat V: ‘en den Smous die zyne kammen en Brillen rondvent, met meer soortgelyke omstandigheden’.

De idealen, vervat in de Amerikaanse en Franse revoluties bevestigden alleen nog maar de verwachtingen die onder Joden al veel langer leefden. De niet-Joodse samenleving was ook steeds meer geneigd Joden als gelijken op te nemen en meer rechten te verlenen. Het emancipatiedecreet van 1796 kwam daarmee niet uit de lucht vallen. Gelijkberechtiging, aan Joden dan verleend, was alleen maar een eindstation van een lang traject. Tegelijkertijd vormde het een begin vol perspectieven voor Joden in het Nederland van de nieuwe tijd.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’