volgende       volgende
1830

Belgische opstand

Terwijl de Nederlandse Joden volop meewerkten aan het integratiebeleid van de overheid, stuitte hetzelfde beleid in de zuidelijke provincies op verzet. Sinds 1815 maakten de zuidelijke Nederlanden onderdeel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Willem I’s pogingen om het Nederlands aan de Franstaligen op te leggen en de Katholieke Kerk onder zijn toezicht te brengen, riepen veel weerstand op. In 1830 kwam het tot een opstand met als resultaat, tot hun eigen verrassing, een nieuwe staat: België.

Voor de Nederlandse Joden was dit dé gelegenheid om te laten zien dat ze alles voor Koning en Vaderland over hadden. Veel meer dan andere bevolkingsgroepen meldden ze zich als vrijwilliger voor het leger aan. Samen met andere soldaten trokken ze met de Tiendaagse Veldtocht tegen de opstandige Belgen ten strijde. Generaal baron Chassé, die de citadel van Antwerpen verdedigde tegen de Belgen, sprak vol lof over de inzet van de Joodse soldaten. Trots werden diens woorden in Joods Nederland verspreid.

Titelblad van een van de vele uitingen van Joods patriottisme rond de Belgische Opstand: daarbij werd naast het Hebreeuws, bewust ook gebruikgemaakt van de nieuw verworven kennis van de nationale taal: het Nederlands.

Nederlands nationalisme kwam ook massaal tot uitdrukking in de talloze gedichten, brochures en preken die werden geschreven, gepubliceerd en gretig aftrek vonden. De intellectueel Mozes Lemans schreef een lang historisch gedicht in het Hebreeuws onder de veelzeggende titel Pesja Belgi – de zonde van België. Een onderwijzer van de Joodse school in Groningen, Isaac Jojada Cohen, vervaardigde een Hebreeuws gedicht dat met Nederlandse vertaling werd gepubliceerd als Uitboezeming eens Hebreeërs na den tiendaagschen roemrijken veldtogt. Alle Nederlanders konden zich er zo van overtuigen dat de Joden de goede kant hadden gekozen. In de provincie Noord-Brabant was het lange tijd onrustig. Onder een deel van de Katholieke bevolking was veel sympathie voor de Belgische opstand. Dat was lastig voor de Joden die daar woonden, want zij werden gezien als overtuigde Oranjeklanten.

In Eindhoven werden de ramen van de synagoge ingegooid, in Oisterwijk werden uit angst de boeken en bezittingen van de Joodse gemeente in veiligheid gebracht, ‘dewijl het in deze provincie niet best Hollands gezind is’. De Amsterdamse Joden die na 1815 vanwege de armoede, en op zoek naar werk, waren verhuisd naar steden als Brussel en Antwerpen, zaten in een extra lastige positie. Niet minder dan een derde van de Joodse bevolking verliet na 1830 de nieuwe staat België en keerde terug naar Nederland.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’