volgende       volgende
1795

Census van de Joodse bevolking van Amsterdam

Over hoeveel Joden hebben we het als we spreken over Joden in de Republiek in de zeventiende en achttiende eeuw? Het is niet altijd makkelijk om precieze getallen aan te geven. Bij de census Amsterdam in 1795 werd onder de rapporteurs geklaagd dat het vrijwel onmogelijk was tot een nauwkeurige telling van Joden te komen door de overbevolking in de Jodenbuurt. Zij formuleerden het als volgt: ‘De volkrijkheid in de Joodenbuurt is op zommige plaatsen zo groot, ieder plekje, tot op de vliering toe, met zoo veele menschen bezet, de onbescheidenheid van veelen dier natie in dergelyke huizen, was van dien aart, dat alle de wijkmeesters niet hebben durven instaan, dat er aldaar ook niet enkele menschen, kinders vooral, over het hoofd zyn gezien geworden’.

Wel is duidelijk dat Amsterdam in de loop van de achttiende eeuw uitgroeide tot de grootste Joodse metropool van Europa en daarmee zich internationaal profileerde als een enorm belangrijk Joods centrum. Binnen de Republiek hebben de meeste Joden in Amsterdam gewoond. Het aantal Portugese Joden in Amsterdam was aanvankelijk het grootst, variërend van 2.000 in 1650 tot 4.000 in 1700. Maar al vanaf het begin van de achttiende eeuw namen de Asjkenaziem, vooral door enorme immigratie vanuit Oost- en Centraal-Europa, in getal de leiding over: van 1.000 zielen in 1650 tot 9.000 in 1725 en dat numeriek overwicht is sindsdien alleen maar toegenomen. Aan het eind van de achttiende eeuw waren er volgens de dan gehouden census 24.000 Joden in de stad, waaronder zo’n 20.000 Asjkenaziem. De Portugese gemeenschap was sinds 1700 nauwelijks gegroeid. De Joodse bevolking vormde aan het eind van de achttiende eeuw ongeveer tien procent van het totale Amsterdamse inwonertal.

De Marskramer uit M. de Sallieth, Verzameling van Verschillende gekleede mans- en vrouwenstanden ter oefening van jonge schilders en liefhebbers. Amsterdam 1833.

In Amsterdam werden in 1808, 31.000 Joden geteld tegenover 1871 in Den Haag, 2.113 in Rotterdam en 14.649 Joden in de rest van Nederland. Het kwam neer op een totaal van ongeveer 50.000 Joden. Dat getal is in de loop der tijd uitgegroeid, door demografische groei en immigratie, tot 140.000 Joden in 1940. In Amsterdam maakten de Joden met een aantal van ongeveer 70.000 op dat moment opnieuw tien procent van de stadsbevolking uit. Slechts 30.000 Joden overleefden de Tweede Wereldoorlog. Toch wist het Nederlandse jodendom zich te herstellen en telt het land nu ongeveer 38.000 Joden. Als ook mensen met alleen een Joodse vader worden meegerekend, dan lijkt het zelfs om een totaal van 52.000 te gaan.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’