volgende       volgende
1795

Oprichting Felix Libertate en de splitsing tussen de Alte en Neie Kille

Om voor Joden burgerrechten te bevechten en gelijkstelling te verwerven, werd in 1795 na de machtsovername van de Patriotten en de start van de Bataafse Republiek in Amsterdam, de sociëteit Felix Libertate (Gelukkig door Vrijheid) opgericht. Leden waren voor het merendeel Hoogduitse Joden met daarnaast ook enkele Portugezen. Eén derde van de leden was niet-Joods. De sociëteit had tot doel om zowel binnen als buiten de Joodse gemeenschap sympathie en steun voor de emancipatie van Joden te verkrijgen. Allen sympathiseerden met de beweging van Patriotten.

Leidende figuren binnen deze sociëteit waren dr. Hartog de Hartog De Lémon, Hermannus Leonard Bromet en Mozes Salomon Asser. Het viel hen moeilijk de leiders van de Joodse gemeentes achter hun idealen te krijgen. Asser blikte hier in zijn autobiografie op terug: ‘Ik schreef verscheidene brochures ten faveur van het regt der Joden tot het Bataafsch Burgerregt. Ook andere leden maakten zich hiermede verdienstelijk, maar de groote meerderheid der Joden, opgewoeld door hare ellendige kerkvoogden, waren tegen ons’.

Intocht van Lodewijk Napoleon in Amsterdam, circa 1808 J.A. Langendijk en J.A. Loutz.

Eén van de eerste activiteiten van de Felix Libertate-sociëteit was de vertaling naar het Jiddisch van de ‘Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger’, de fundamentele tekst van de Franse Revolutie. Zo zou de grote meerderheid van de Hoogduitse Joden geïnformeerd kunnen worden over de idealen van de Bataafse revolutie en voor hun zaak warm worden gemaakt. Ook werden door de leden van de sociëteit veel pamfletten uitgegeven en toespraken gehouden. Daarin werd geprobeerd het brede publiek ervan te overtuigen dat Joden goede, actieve burgers zouden zijn.

Nadat Joden complete burgerrechten was toegezegd in het emancipatiedecreet 2 september 1796, eiste Felix Libertate herziening van de statuten van de Amsterdamse Hoogduits-Joodse gemeente. De weigering van de parnassiem om hieraan mee te werken, leidde tot een breuk. Uit ongenoegen traden 21 leden uit de gemeente, inmiddels in de ban gedaan, en stichtten zij de nieuwe gemeente Adat Jesjoeroen, met Isaac Graanboom als rabbijn. Er volgde een bittere controverse, die onder meer in Jiddische pamfletten werd uitgevochten onder de titel Diskoersn. De ene serie pamfletten werd gedrukt en verspreid door de oude gemeente, de Alte Kille, en de andere door de Neie Kille (1797-98).

Ondertussen had Felix Libertate in 1798 haar activiteiten gestaakt, tevreden als ze was met de keuze van twee van haar leden in de Nationale Vergadering. De verdeeldheid in Joods Amsterdam duurde echter voort. Tenslotte besloot Koning Lodewijk Napoleon in 1808 van hogerhand dat de Adat Jesjoeroen-gemeente zich weer moest verenigen met de moedergemeente. De activiteiten van Felix Libertate hadden ondertussen hun vruchten afgeworpen: Joden in Nederland betraden een nieuw tijdperk.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’