volgende       volgende
1688

De Joodse Baron: Francisco Lopes Suasso alias Abraham Israel Suasso

Als bankier en diplomaat leende Francisco Lopes Suasso alias Abraham Israel Suasso stadhouder Willem III anderhalf miljoen gulden (omgerekend nu ongeveer 17 miljoen euro) om diens overtocht naar Engeland te financieren. Hij zou daarbij gezegd hebben dat het geld niet terugbetaald hoefde te worden als de ‘Glorious Revolution’ niet zo ‘glorious’ zou verlopen (‘Indien Gij gelukkig zijt, weet ik, dat Gij ze mij terug zult geven, zijt Gij ongelukkig, dan stem ik ermee in ze verloren te hebben’).

Francisco was de zoon van Antonio Lopes Suasso, die in 1635 vanuit Bordeaux naar Amsterdam kwam en tot het jodendom overging. Later behoorde hij er tot de elite binnen de Portugese gemeente en vergaarde hij een fortuin, niet alleen via strategische huwelijken binnen uiterst rijke families, maar ook via de internationale (wol- en diamanten)handel en investeringen in onder andere de Verenigde Oostindische Compagnie. Tenslotte zette hij zijn activiteiten voort als bankier. Typerend voor hem en zijn klasse, was zijn werk als diplomaat en vertegenwoordiger van het internationale koninklijk hof. Antonio regelde vanaf 1673 leningen en geldtransacties aan de Spaanse koning Carlos II en werd in 1676 voor zijn verdiensten verheven tot baron van Avernas-Le-Gras in de Zuidelijke Nederlanden.

Portret van Don Francisco Lopes Suasso, baron van Avernas-Le-Gras, circa 1688. Anoniem.

Don Manuel alias Isaac Nunez Belmonte was een andere representant van deze elite, sinds 1673 resident van de Spaanse koning in de Republiek (in 1693 tot baron verheven) en als zodanig een bemiddelaar tussen de Republiek en Spanje. Ook Jeronimo Nunes da Costa alias Mozes Curiel was lid van deze rijke koopmansklasse en actief als diplomaat. Hij fungeerde niet alleen als parnas, betaalde veel geld om de eerste steen voor de Esnoga te mogen leggen en leverde het jacaranda-hout, geïmporteerd vanuit Brazilië, voor de teba (verhoging van waaraf de Tora wordt gelezen) en de hechal van diezelfde Portugese synagoge. Daarnaast vertegenwoordigde hij sinds 1645 de Portugese koning in de Republiek, door wie hij tot cavaleiro fidalgo werd benoemd en gaf hij in zijn fraaie onderkomen aan de Nieuwe Herengracht gastvrij onthaal aan diverse diplomaten en leden van de internationale adel. Zelfs stadhouder Willem III heeft in 1691 bij hem gelogeerd.

De firma Machado en Pereyra leverde evenzeer belangrijke diensten aan de Staten-Generaal en stadhouder Willem III als proviandeur van het Hollandse leger, terwijl zij later ook als zodanig de Engelse strijdkrachten van goederen voorzag. Deze Joodse elite gebruikte haar internationale netwerk niet alleen ter vermeerdering van haar eigen kapitaal, maar zette zich ook in voor hun gemeenschap. Bovendien speelde zij door al hun connecties een belangrijke rol in de wereld van de internationale politiek en de haute finance.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’