volgende       volgende
1666

Sjabtai Tsvi: de mystieke messias

De verschijning van de mystieke messias Sjabtai Tsvi (1626-1676) in 1665/1666 zorgde voor veel beroering. Gestimuleerd door zijn ‘profeet’ Nathan van Gaza had Sjabtai zich in 1665 in Gaza uitgeroepen tot de door Joden langverwachte messias. Een dergelijke messiaanse beweging trof vruchtbare grond onder Asjkenaziem, die zoveel leed hadden ondergaan na de vervolgingen in Polen en Oekraïne in de jaren 1648-1655. Sefardiem waren evenzeer gevoelig voor de idee van het einde van de ballingschap en het begin van een messiaans tijdperk na de verdrijving uit Spanje en de vervolgingen van Conversos door de Inquisitie. Bovendien waren veel Joden ontvankelijk voor deze spirituele messiaanse beweging, omdat zij beïnvloed werden door de mystieke stroming van de Luriaanse kabbala. Die had zich sinds de zestiende eeuw ontwikkeld en verspreid vanuit het spiritueel centrum in Safed.

In heel Europa, en ook in de Republiek, was de furore groot toen het bericht de Joodse gemeenschap bereikte dat de messias was verschenen. Rijk en arm voelden zich aangetrokken tot de beweging en raakten in vervoering. Handel stokte en bezittingen werden verkocht. Aan liefdadigheid werden enorme bedragen geschonken. Boeken vol gebeden tot inkeer en boetedoening in het Hebreeuws, Spaans en Portugees rolden in Amsterdam van de pers, met afbeeldingen van de messias gezeten op een troon.

Titelblad van een tikun-gebedenboek in het Hebreeuws uitgegeven bij David de Castro Tartas in Amsterdam tijdens de furore rond de mystieke messias Sjabtai Tsvi, Amsterdam 1666.

In de zomer van 1666 werden twee brieven geschreven en uitgestuurd door leden van de jesjiewot Yeshuot Meshiho en Tora Or om Sjabtai Tsvi te verwelkomen als de messias. Schepen werden ingehuurd om armen naar het Heilige Land te vervoeren. Maar ook rijken maakten zich op tot vertrek naar Eretz Israël, zoals de vermaarde koopman Abraham Israël Pereyra, die eerder dat jaar onder invloed van de beweging het boek La Certeza del Camino over moraliteit, inkeer en boetedoening had geschreven.

Toch was niet iedereen overtuigd en ondervond de beweging zowel onder Asjkenaziem als onder Sefardiem veel kritiek. Jacob Sasportas, de latere chacham van de Amsterdamse Portugese gemeente, was een tegenstander par excellence. Toen Sjabtai Tsvi zich tot de islam bekeerde (en enkele Joden met hem), was de ontnuchtering groot. Hoewel de draad weer werd opgepakt en men overging tot ‘business as usual’, bleef een deel van de Joden in het geheim de beweging trouw. De Amsterdamse rabbijn Salomon Ayllon (1664-1728) en de Asjkenazische koster Leib ben Oizer zijn daarvan een treffend voorbeeld. In Turkije bestaat nog steeds de Islamitisch-Joodse Doenmeh-sekte, afstammelingen van de bekeerlingen rond Sjabtai Tsvi.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’