volgende       volgende
1890

De Talmudjood

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het begrip ‘antisemitisme’ gemunt. Met een integratie van Joden die voortschreed, begonnen tegenstanders zich te roeren. Joden zouden veel te prominente posities krijgen, een slechte invloed op de samenleving hebben en alleen maar loyaal aan elkaar zijn. Antisemieten keerden zich daartegen. Zij verdachten iedere Jood. Joden zouden een eigen, oosters ras uitmaken, dat onmogelijk goed samen zou kunnen leven met Europeanen. Deze nieuwe, racistische Jodenhaat onderscheidde zich van het eerdere anti-judaïsme, dat Joden en het jodendom als godsdienst aanviel.

Anti-Joodse ideeën en stereotypen waren ook in de Nederlandse samenleving volop aanwezig. Dit sociale antisemitisme werd aan het eind van de negentiende eeuw alom in Europa vertaald in een politiek programma: partijen en politici zetten zich in om de invloed van Joden terug te dringen. In Nederland kwam het daar uiteindelijk niet van.

Voorpagina van het antisemitische tijdschrift De Talmudjood.

De nieuwe antisemitische ideeën gingen Nederland echter niet voorbij. Zo werd in 1889 in Leiden een berucht schotschrift gepubliceerd van de Duitse August Rohling: Wat is toch de Talmud? En wat is een Talmud-Jood? Het boekje was illustratief voor een mengeling van religieus en racistisch antisemitisme: de Talmoed zou Joden leren om anderen te minachten en te bedriegen. Joden konden daarom niet vertrouwd worden. Uit Joodse kring werd direct bij verschijning al gewaarschuwd dat dit een poging was om ‘ook hier het vloekaanbrengend duitsch anti-semitisme’ aan de man te brengen.

Een jaar later werd onder vrijwel vergelijkbare titel in het Limburgse Meerssen een weekblad opgericht, De Talmudjood. Het was gericht tegen ‘den wassenden invloed van Israël in Limburg’ en bracht alle antisemitische clichés te berde: Joden waren woekeraars, rituele moordenaars, vampiers, verspreiders van besmettelijke ziekten en bedriegers. Joden uit de zuidelijke provincies werden met naam en toenaam, of in voor ieder duidelijke beschrijving, aangevallen. De uitgever, Joseph Russel, wilde ook politiek doorstoten en stelde eveneens een antisemitische praalwagen bij carnaval voor. Dat werd echter geblokkeerd door de overheid. Tegen het blad, dat zo’n duizend vooral Katholieke abonnees had, regende het aanklachten. De rechtbank veroordeelde Russel al snel voor smaad, maar hij nam de wijk naar België en zette zijn activiteiten daar voort. Het blad stuitte op veel verzet; alom werd duidelijk gemaakt dat dit openlijke, vulgaire antisemitisme niet bij de Nederlandse tradities paste. Ondertussen konden soortgelijke gedachten, maar minder extreem verwoord en zonder politieke spits, op allerlei plekken in de samenleving gehoord worden.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’