volgende       volgende
2011

Debat ritueel slachten

In korte tijd groeide het uit tot een stevig politiek en publiek debat dat maandenlang de krantenpagina’s en nieuwsrubrieken op televisie vulde. De Partij voor de Dieren kwam met een initiatiefwetsvoorstel om ook bij het Joodse en Islamitische rituele slachten van dieren – vooral runderen en schapen – verdoving verplicht te stellen. Het Joodse recht, de halacha, is op dat punt echter uitgesproken en schrijft voor dat de sjocheet het dier met een snelle haal van een scherp mes in één keer moet doden. Verdoving mag daaraan niet te pas komen. Het wetsvoorstel hield daarmee in dat de bestaande praktijk van ritueel slachten om daarmee kosjer vlees te krijgen, verboden zou worden.

Toen de gevolgen hiervan doordrongen, werd Joods Nederland wakker. Dit zou betekenen dat één van de religieuze rechten die Joden sinds hun vestiging hier in de zeventiende eeuw altijd genoten hadden, herroepen zou worden. Met name voor orthodoxe Joden zou het daardoor lastig worden: zij zouden voortaan al hun vlees uit het buitenland moeten importeren. Maar ook niet-orthodoxe Joden voelden zich vaak door de discussie aangesproken. Het debat dat met dierenrechten begon, eindigde met de gevolgen die dat had voor twee belangrijke religieuze minderheden in de samenleving. Het debat werd daarom ook zo heftig gevoerd, omdat het niet alleen over ritueel slachten ging. Ook andere Joodse religieuze voorschriften, zoals de besnijdenis van jongetjes op de achtste dag na hun geboorte, kwamen onder verdenking te staan. De indruk ontstond dat een snel seculariserende samenleving steeds meer moeite kreeg met uitgesproken religieuze voorschriften.

Commissievergadering over ritueel slachten in de Tweede Kamer, met genodigden van de Joodse- en Moslimgemeenschap.

In de Tweede Kamer behaalde het wetsvoorstel een ruime meerderheid, waardoor het leek alsof de laatste kosjere slager van Nederland zijn deuren kon gaan sluiten. De Eerste Kamer echter, die de wet moest toetsen, had felle kritiek en besloot met een verwijzing naar de godsdienstvrijheid de wet af te wijzen. Vervolgens kwam er wel overleg tussen de overheid en Joodse en Islamitische organisaties om de rituele slacht in Nederland zoveel mogelijk te verbeteren.

Het debat in Nederland stond niet op zichzelf. Ook in andere Europese landen stond ritueel slachten hoog op de agenda en leidde het soms tot een verbod. De uitkomst van het Nederlandse debat kreeg daardoor internationale betekenis en werd in Europa, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten nauwlettend gevolgd en becommentarieerd.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’