volgende       volgende
1710

Chacham Tsvi

Met veel eerbetoon werd Chacham Tsvi Hirsch Asjkenazi (1660- 1718), één van de meest vooraanstaande Europese rabbijnen van zijn tijd, in 1710 ingehaald en benoemd tot opperrabbijn van de Hoogduitse gemeente in Amsterdam. Hij ontving direct een zeer hoog honorarium. Hij had in diverse steden van Europa gewoond, gestudeerd en gewerkt. De Sefardische titel van chacham had hij aangenomen na zijn studie aan de Sefardische jesjiewot in Saloniki en Belgrado. Ook was hij opperrabbijn geweest van de Sefardische gemeente van Sarajevo.
Chacham Tsvi is vooral beroemd geworden met de publicatie van zijn responsa Hakham Zevi, gepubliceerd in 1712. Daarin geeft hij antwoord op vragen die hem gesteld werden door geleerden van diverse Joodse gemeenten in Europa. Zo krijgen we inzicht in de problematiek waarmee Joden en hun gemeentes in die tijd te maken hadden. Zijn carrière in Amsterdam was van korte duur. Er was onenigheid met het bestuur van zijn eigen gemeente, onder andere over de lengte van zijn benoeming en de hoogte van zijn honorarium. Bovendien ontstond er een conflict met de Portugese gemeente en met name met haar chacham Ayllon, met wie hij aanvankelijk goede contacten onderhield.

Hun geschil had vooral te maken met de verspreiding van het boek Oz Le-Elohiem van de rondreizende kabbalist Nehemiah Chiya Chayon, die er door Chacham Tsvi van verdacht werd een geheim aanhanger van de mystieke messias Sjabtai Tsvi te zijn. Chayon zocht onder Portugezen steun voor verspreiding van zijn werk. De leiding van de Portugese gemeente won uit argwaan over hun eigen Chaham Ayllon, die ze ook van Sabbateanisme verdacht, advies in bij Chacham Tsvi. Die besloot na rijp beraad en in overleg met Mozes Chagiz, een sjaliach uit de Jeruzalemse gemeenschap in Amsterdam, Chayon, in de ban te doen.

’T Gesigt van de Portugeese en Hoogduytse Iodenkerken tot Amsterdam, circa 1752 Van der Laan en P. van Gunst.

Ayllon keerde de zaak echter in zijn voordeel en kreeg het bestuur van de Portugese gemeente toch achter zich. Na een hernieuwd onderzoek werden Chayons ideeën door Ayllon en de zijnen goedgekeurd als gebaseerd op de traditionele mystieke leer van de kabbala. Een bittere pamflettenoorlog volgde, in Amsterdam en in andere steden in Europa. Toen Chacham Tsvi, niet bereid tot enige concessie of apologie ten overstaan van het Portugese leiderschap, samen met Mozes Chagiz door de Portugese gemeente in de ban werd gedaan, besloot hij in 1714 zijn positie in Amsterdam op te geven. Zo wist de Portugese gemeente met hen af te rekenen. Dat is extra ironisch omdat niet veel later de werken van Chayon ook door diezelfde gemeente werden verworpen. Het gezag van de Portugese gemeente over die van de Hoogduitse gemeente was inmiddels echter hersteld.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’