volgende       volgende
1747

Het Surinameproject

In 1747 kwam binnen de Portugese gemeente het plan ter tafel om een derde van de armen naar Suriname te sturen. Er was voor dit kolonisatieplan niet minder dan 100.000 gulden (ongeveer een miljoen euro) gereserveerd, waarvan 30.000 gulden voor de aankoop en cultivering van land in Suriname. Het was niet de eerste keer dat de Portugese gemeente een oplossing voor het armoedeprobleem zocht door armen weg te sturen, ook al was het juridisch niet bij machte om Joden de stad uit te zetten. Toch deed de Portugese gemeente dat en daarmee was zij bepaald niet de enige instantie die zo te werk ging. Hoewel de Republiek slechts in bescheiden mate armen overplaatste naar haar koloniën, deden andere mogendheden als Engeland, Frankrijk en Portugal dat op grote schaal.

Het Surinameproject is waarschijnlijk geïnitieerd naar voorbeeld van het Engelse Georgia-kolonisatieplan van 1733, waar Joden ook bij betrokken waren. De Amsterdamse Portugese gemeente heeft vanaf het prille begin Joden duidelijk proberen te maken, dat er voor minder gefortuneerden en voor mensen met een andere dan Sefardische achtergrond binnen haar gelederen niet bepaald plaats was. Sinds 1622 zond ze ook Joden van haar eigen ‘natie’ weg, eerst in de richting van Italië en Griekenland, vanuit het idee dat zij daar beter in hun onderhoud zouden kunnen voorzien.

Post Gelderland en Joden Savannah te Suriname [datum onbekend] G.B.C. Voorduin.

Toen het zwaartepunt in de internationale handel zich verplaatste naar de streken rond de Atlantische oceaan en het Westelijk Halfrond, werden daar al snel mogelijkheden afgetast om er armen, vooral voor die van de Spaanse en Portugese natie, naar toe te sturen. In de boekhouding van de Portugese gemeente is jaarlijks, twee eeuwen lang, een rubriek te vinden, waarin wij de emigratiestromen van armen kunnen volgen. Hoogduitse, Poolse, Italiaanse, Noord-Afrikaanse en Levantijnse Joden moesten vaak na een kort verblijf met wat stuivers in de hand op zoek naar een andere bestemming en een gastvrijer onthaal. De Amsterdamse Portugese gemeente voelde zich net als veel andere Joodse gemeentes elders in de Republiek en in Europa door de economische beperkingen gedwongen Joden te weren en naar andere bestemmingen door te sturen. Het beleid van de Portugese gemeente heeft echter gefaald, zelfs wat het Surinameproject betreft. Aan het eind van de achttiende eeuw was het armoedeprobleem allesbehalve opgelost en leefde 55% van de Amsterdamse Portugezen van de bedeling.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’