volgende       volgende
1809

Pekidiem en Amarcaliem

Betrokkenheid bij het Heilige Land was er de eeuwen door. Sjeliechiem, afgezanten van de Joodse gemeenschappen in de ‘heilige steden’ Jeruzalem, Safed, Hebron en Tiberias, trokken door Europa om geld in te zamelen. Toen in 1809 twee van die afgezanten, Jakob Rapoport en Rafael Matalon, in Nederland langskwamen, werd een nieuw initiatief geboren. Izak Goedeinde, Abraham Prins en Hirschel Lehren richtten ‘Pekidiem we-Amarcaliem aree ha-kodesj’ op: de ‘ambtenaren en opzichters van de heilige steden’. Aanvankelijk begeleidde deze organisatie de afgezanten op hun bedeltochten door Europa, maar al snel nam ze de geldinzameling zelf ter hand.

In korte tijd ontwikkelde Pekidiem en Amarcaliem zich tot de voornaamste financier van de Joodse gemeenschappen in Palestina. In heel West-Europa werd geld geworven, waarmee vervolgens synagogen, jesjiewes, ziekenhuizen, sociale zorg en armoedebestrijding in de ‘heilige steden’ werden ondersteund. De bestuurders – waarbij de gebroeders Lehren de voornaamste spelers waren – namen in Nederland belangrijke beslissingen voor het Joodse leven in Palestina. Het opperrabbinaat van Constantinopel, dat tot die tijd de hulp aan de ‘heilige steden’ had gecoördineerd, werd omzeild. Vanaf de eerste helft van de negentiende eeuw was Amsterdam dé locatie voor Joden in Eretz Israël.

Brief van de Joodse gemeenschap in Tiberias aan de Amsterdamse bestuurders van de Pekidiem en Amarcaliem van 10 mei 1883.

In Nederland, maar ook in Duitsland, Zwitserland en Groot-Brittannië was een hecht netwerk van lokale vertegenwoordigers van Pekidiem en Amarcaliem: tot in de kleinste plaatsen werd geld ingezameld voor de jisjoev, de Joodse gemeenschappen in het Heilige Land. In de synagoge was het een vast doel waarvoor geofferd werd, terwijl in de vroege twintigste eeuw rood-witte inzamelingsbusjes – met daarop afbeeldingen van de graven van de aartsvaders en -moeders – in de huiskamers opdoken.

Snelle communicatie en moderne fundraising zorgde ervoor dat Pekidiem en Amarcaliem tot ver buiten de Nederlandse grenzen aanzien en respect genoot. In een tijdperk waarin Europese Joden alom integreerden in de uiteenlopende samenlevingen, werd door middel van Pekidiem en Amarcaliem de band met Eretz Israël vastgehouden. Pas met de opkomst van de zionistische beweging aan het eind van de negentiende eeuw kreeg Pekidiem en Amarcaliem serieuze concurrentie. Bovendien kwam ze onder vuur te liggen: als traditioneel-Joodse organisatie ondersteunde ze vooral Torastudie en -geleerden, terwijl de zionisten juist voor de moderne landbouwkolonies geld wierven. Toch bleven Pekidiem en Amarcaliem tot diep in de twintigste eeuw een belangrijke speler, zowel in Europa als in Palestina.

© 2017, Joods Maatschappelijk Werk en Joods Educatief Centrum ‘Crescas’